|
Het is een mooie herfstige zomerdag in juni 2008.11 juni 2008
Jaren tachtig. Na een aantal jaren in de Jordaan bij mijn lieve en goede vriendin Dr L. Decline gewoond te hebben in een vrouwenpand op de Egelantiersstraat 113 waarover u alles kunt vinden op de site Vrouwen Nu voor Later bleek ons huis rijp voor de sloop en verhuisden we naar een nieuwbouwpand in de Noord Jordaan, vlakbij de Klene dropfabriek en tegenover lesbokraakpand La Louvre. Het was een klein donker straatje maar in mijn hoekpand bovenin had ik een geweldig uitzicht en alssie scheen, de hele dag zon.
Dagelijks kwam de melasse wagen voorrijden en rook de hele straat naar drop. Ook de potten aan de overkant waren een waren genoegen. Reggae en salsa, flirten, nieuwe kapsels, bezoek uit de hele wereld. Ook dat pand werd gesloopt, met enorme herrie waar ik gedichten over schreef die gepubliceerd werden in De Waarheid onder de naam De Stadsdichter. Met La Louvre tegen de grond en de Klene dropfabriek hadden we uitzicht tot het huis voor Onbehuisden op de Marnixstraat.
Het uitzicht verdween, er werd gebouwd en met angst en beven zag ik hoe mijn uitzicht volgestouwd werd, weg waren de vergezichten, de luchten, de zon, er bleef een smalle streep lucht over. De mensen die er kwamen wonen bevielen me niet en ik ging me steeds ongelukkiger voelen. Dit had meerdere oorzaken, vooral de dood van Koert en Kitty Huizinga-Koorevaar, mijn lieve ouders was een vreselijke klap voor me die ik moeilijk te boven kwam.
We zitten inmiddels in het begin van de Jaren Negentig, mijn nieuwe hobby is wietplanten en ik heb een balkonnetje van 1m2 vol staan, ook heb ik een nieuwe vriendin die in de Rivierenbuurt woont en het lijkt ons leuk als ik bij haar in de buurt kom wonen. Ik wil weg uit de Jordaan, misschien de stad uit, een hutje op de hei, een huisje in het bos, ik wil groen zien.
Twee jaar lang spit ik de woningruiladvertenties tot ik of misschien was het mijn vriendin op een advertentie stuit in een parallelstraat van de straat waar zij woont. We gaan op een avondwandeling met de hond langs, een grijze muur van luxaflex, het huis ziet er onneembaar en donker uit. Toch neem ik contact op met de vrouw die er woont, het is een jonge Chinees-Indische vrouw die dolenthousiast reageert. Ze komt kijken naar mijn huis en zegt meteen dat ze het wil. Hierna gaan we naar haar huis kijken. Het is een mooi, ruim en donker huis. Als ik in de gang sta wil ik eigenlijk meteen weg maar er is een grote tuin met hoge bomen en paadjes. Het huis is grijs en leeg in mijn herinnering. Er is geen meubilair, alleen een grote TV die op ruis staat.
‘Je kunt hier iets heel moois van maken,’ zegt mijn vriendin.
Ik herinner me nog hoe onbesloten ik ben, dit woord ‘onbesloten’ bestaat niet, maar besluiteloos dekt niet hoe ik me voelde.
Ik weet dat om woningruil te doen je een heel proces moet doorlopen, eerst aanvragen bij de woningbouwvereniging, dan volgt een onderzoek naar de nieuwe huurder, de GDH (Gemeente Dienst Huisvesting) moet de ruil goedkeuren en pas dan besluit de woningbouwvereniging. De jonge vrouw en ik zetten samen het proces in werking maar ik gooi het het universum in. En denk er niet meer aan. ~ Wordt vervolgd |