|
NaNoWriMo
|
|
Geschreven door Schrijvertje
|
|
vrijdag 25 november 2011 22:42 |
|
De dag begon met Frans, het was niet mijn favoriete taal maar wel mijn favoriete les, de docente Frans was een stoere dame die bruine vingers had van de Gauloises die ze rookte. Na elk uur ging ze snel naar buiten om onder een boom aan de straatkant een sigaretje te roken. Ook nu had ze weer een wolk rook om haar heen. Bij niemand vond ik dat prettig om te ruiken maar wel bij Juffrouw W. Ik had een vermoeden dat Juffrouw W ook van de vrouwenliefde was maar mijn vermoeden was nergens op gebaseerd. Het maakte eigenlijk ook niet echt uit al gaf het me wel een fijn gevoel dat ze misschien lesbisch was want verder kende ik geen enkele lesbienne en leek het wel of we niet bestonden.
Ze keek me bij binnenkomst onderzoekend aan. ‘Heb je wel een beetje geslapen,’ vroeg ze me in het Frans, ‘Je ziet er erg moe uit.’ Het kostte me moeite om niet in huilen uit te barsten. Haar stem klonk zo warm en belangstellend en ik schudde mijn hoofd. ‘Als je wilt, blijf dan even na, kom even mee naar buiten en vertel me wat er aan de hand is maar alleen als je wilt.’ Ze fluisterde en sprak in het Nederlands behalve de laatste zin si tu veux. Ik schoof op mijn stoel, ik zat op de eerste rij, mijn tafel kwam tegen de hare aan. Nast me zat Janneke, een meisje dat ik niet erg mocht maar die, bij talen, altijd naast me wilde zitten zodat ze bij me kon afkijken.
Het kostte me geen enkele moeite niet op te letten, mijn gedachten gingen naar mijn moeder en de laatste dagen dat ze bij ons was gewoond. Was er iets in haar geweest waaraan ik had kunnen zien wat ze van plan was? Nu ik erover nadacht herinnerde ik me hoe ze had lopen dralen de laatste avond toen ze goedenacht kwam zeggen in mijn kamer. Meestal kwam ze naar boven als ik in bed lag, gaf me een nachtzoen, en vertrok weer. De laatste nacht was ze op de rand van het bed gaan zitten en had me verteld hoeveel ze van me hield en hoe blij ze was geweest toen ze me de eerste keer had gezien.
Ben bijna klaar met mijn verhaal voor nanowimo, nog minder dan duizend woorden te gaan
|
|
Laatst aangepast op vrijdag 25 november 2011 22:45 |
|
|
NaNoWriMo
|
|
Geschreven door Schrijvertje
|
|
woensdag 23 november 2011 23:53 |
|
Nog steeds aan het schrijven voor NaNoWriMo - dit is totaal ruw, een ruwe versie, zonder enige verbeteringen - we zijn terug in de tijd. Onze hoofdpersoon Teddy is vijftien jaar en woont nog thuis.
We stormden de trap af. Vader stond in de keuken en ontkurkte een fles wijn. Zo te zien had hij al flink wat gedronken. Naast hem stond een knappe donkere vrouw. ‘Dit is Antonia, kinders. Antonia, dit zijn mijn nazaten. Mijn knappe zoon Jozef, mijn lieve getrouwde dochter Dalia en de benjamin Teddy.’ Antonia schudde ons vriendelijk de hand. ‘Zouden jullie ons alleen kunnen laten?’ vroeg onze dronken Vader. ‘Wat onaardig Ram, ‘zei Antonia, ‘het zijn je kinderen. Die jaag je toch niet weg?’ ‘Nou, ik wel, het is mijn huis en ze zijn er toch niet over te spreken wat ik doe.’ Onze vader leek zich nergens om te bekommeren. Ik vond het nogal gênant hoe harteloos hij deed en ik zag dat Antonia het ook niet aantrekkelijk vond. ‘Kom jongens, wegwezen.’ Zei onze vader. Dalia zette met veel misbaar een pot water op het fornuis. ‘Hebben jullie zin in thee?’ vroeg ze aan niemand in het bijzonder. ‘Ja lekker,’ Jozef en ik zetten ons aan de keukentafel en ook Antonia ging zitten, ‘ik lust wel een bakje,’ zei ze ‘en volgens mij kan jullie vader ook wel een bakje gebruiken.’ ‘ Jeetje, Antonia, moet je nu echt een kongsi vormen met mijn kinderen?’ Hij ging de keuken uit. Daar zaten we, met deze onbekende Antonia. ‘Hoe ken je onze vader?’vroeg Dalia, deze vraag brandde ook op mijn lippen en ik zag aan Jozef dat hij het antwoord ook graag vernam. ‘Ik heb hem vanavond ontmoet in Wildschut, ik was daar met een paar vriendinnen, zij vertrokken en jullie vader nodigde me uit met hem te eten, het was ontzettend gezellig en hij nodigde me uit hier nog wat te drinken. Is hij altijd zo onvriendelijk tegen jullie?’ ‘Sinds onze moeder twee dagen geleden vertrok is hij nogal vreemd.’ ‘Ze is pas twee dagen weg?’ ‘Ja daarom zijn we niet zo dolenthousaist dat hij nu alweer iemand meeneemt.’ ‘Nogal een rokkenjager, die vader van jullie, het is wel een charmante man, erudiet, intelligent, knap, muzikaal.’ Muzikaal, hij had haar zeker verteld dat hij trombone speelde of had gespeeld. De keukendeur werd met geweld opengegooid. Onze vader stond in de deuropening, met bloeddoorlopen ogen, wat wit poeder aan zijn neus en de trombone in zijn hand.
|
|
Laatst aangepast op woensdag 23 november 2011 23:57 |
|
|
NaNoWriMo
|
|
Geschreven door Schrijvertje
|
|
dinsdag 22 november 2011 22:22 |
|
Met tranen in mijn ogen van woede, met pijn in mijn kont en mijn polsen ging ik het kleine vliegtuig in. De stewardess leek op de hoogte van wat er met me gebeurd was. Ze gaf me een plek voorin het vliegtuig aan het gangpad waar ik veel beenruimte had en ik kreeg een fris ruikend doekje om mijn gezicht dat nat was van tranen mee te wassen. Ze was van het Mapuche volk zag ik aan haar trekken Zouden ze haar elke keer zo behandelen? Zij was extra lief tegen me wat me erg goed deed. Nadat ze haar ronde gedaan had, kwam ze even naast me zitten. ‘Ik weet wat ze gedaan hebben en ik weet ook waarom, je bent vrienden geworden met Nahuelbuta, Nahuelbuta is de trots van ons volk, zij houden met hun teksten en muziek de Mapudungún taal in ere en stimuleren de jeugd onze taal te leren. Dat wil de regering niet. Zij willen ons op de knieën maar dat gaan we nooit. Zij willen dat onze taal verloren gaat en ook dat zal nooit gebeuren. Dank je voor je vriendschap.’ Ze schudde me de hand en bracht die naar haar borst.
Het vliegtuig zat niet erg vol. Ik was er blij om want ik had al mijn energie nodig om weer tot mezelf te komen. Mensen leidden me af en hier vooraan in het lege vliegtuig probeerde ik me te herpakken voor ik zou landen en mijn moeders vrienden zou ontmoeten.
Door de hele vernedering was ik van mijn à propos geraakt. Behandeld te worden als vuil had me verward. Ik probeerde me iets moois voor de geest te halen, zoals de melancholische muziek van Nahuelbuta en de mooie lichtbruine ogen met dat beetje groen van Beatriz maar uiteindelijk was het opnieuw het reciteren van de woorden die de boeddhiste me geleerd had die de pijn om de vernedering en de fysieke pijn in mijn lijf verdrongen. De landing zette in en ik deed mijn handen tegen elkaar. Het vliegveld van Puerto Montt, El Tepual was een klein vliegveld met twee landingsbanen. Er was geen corridor of slurf zoals bij grote vliegvelden maar er werd een trap aangeschoven. De deur ging open. Buiten regende het. De meeste mensen liepen op een drafje naar naar de wit-blauw geverfde aankomsthal. Ik liep zo langzaam als ik kon over het vliegveld en liet me nat regenen. Op regen had ik niet gerekend.
|
|
Laatst aangepast op dinsdag 22 november 2011 22:29 |
|